DRUNENSE DUINEN ROUTE 20 KM

© L.A.W.V.VIA-VIA


Aswoensdag. De parkeerplaats voor café-restaurant ‘De Roestelberg’ lag er nog verlaten bij, als even na 9.00 uur kort achter elkaar Lorenz, Charles, Peter, Jan-Willem en Kees in gezelschap van zijn Drentse jachthond Silly op de afgesproken plaats arriveren. Het was regenachtig weer, zoals weerman Johan Verschuren al had aangekondigd. Maar zoals het de echte wandelvrienden van Via-Via betaamt, lieten we ons hierdoor niet afschrikken en gingen toch op stap.

In de uitnodiging had Charles aangekondigd de Drunense Duinenroute gepland te hebben met na afloop nog een gezellig samenzijn in Loon op Zand ter gelegenheid van zijn verjaardag. Jan had door middel van een “Franse” postkaart vanuit Rotterdam kenbaar gemaakt op deze dag iets anders in de planning te hebben. Zo ook Marlien. Marion en Bert lieten verstek gaan wegens privé omstandigheden, maar zouden wel tegen 16.00 uur van de partij zijn.

Om 9.15 uur verlieten we, gepakt en gezakt en gewapend met paraplu, de Roestelberg. We zagen nog net hoe er begonnen werd de laatste resten van een uitbundig carnaval hier bij café-restaurant ‘De Roestelberg’, in deze tijd bekend onder de naam ‘An de Zaandkaant’, op te ruimen. Eerst werd even de fietspad in oostelijke richting gevolgd, maar al snel bij de eerste zandduinen aan de rechterkant van het pad, kropen we de helling op. Op zoek naar de eerste markering van de te volgen wandelroute! Bijna onmiddellijk liepen we tegen de geel-witte markering aan van deze Drunense Duinenroute.

De Drunense Duinenroute is een rondgaande wandeling met een gemiddelde lengte van 20 kilometer. Bij het uitzetten van deze route is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onverharde, rustige en natuurlijke paden. Deze wandelroute ontleent zijn naam aan de Loonse en Drunense Duinen. Op deze route wandel je door bos-, heide-, duin- en akkerbouwgebied. Hier bij de Roestelberg is een hoge zandwal. Het stuivende zand is door de begroeiing tegengehouden. Zo werd langzaam een hoge heuvel gevormd aan de rand van het stuifzandgebied, waar nu eik en zeeden groeien. Een gedeelte van het terrein is hier met gaas en prikkeldraad afgezet om de jonge begroeiing meer kans te geven als bescherming tegen het wild.

De omheining volgend bereikten we het westelijk deel van het stuifzandgebied. Voor ons lag in zuidoostelijke richting het markante punt 18.4. Het is één van de hoogste punten in het stuifzandgebied. De eikestruiken die daar groeien zijn eigenlijk de kruinen van ondergestoven eikebomen. Het stuifzand is immers altijd in beweging. Maar op deze natte morgen zat er weinig beweging in! Zelfs de striemende, uit zuidwestelijke komende regenvlagen konden hier weinig aan veranderen. De paraplu’s van Lorenz, Peter en Charles kregen het zwaar te verduren. Gelukkig hadden we dit slechte weer schuin van achter en zorgde zo voor weinig hinder.

Nog even volgden we het pad langs de bosrand, dat voor enige beschutting zorgde. Maar spoedig moesten we de uitgestrekte zandvlakte oversteken in de richting van de uitspanning ‘Bos en Duin’. We kwamen nu in het hart van de Drunense Duinen.

Deze Drunense Duinen vormen een uitgestrekt bosgebied van zo'n 1200 ha en zijn globaal gelegen tussen Drunen en Udenhout met daarin een groot stuifzandgebied gelegen. Dit zand is hier in de ijstijd afgezet. In 1921 kocht de verenging Natuurmonumenten de eerste 16 ha zandverstuiving. En sinds die tijd is het natuurgebied dat Natuurmonumenten beheert stukje bij beetje groter geworden tot wat het nu is.

Er werd hier in vervlogen eeuwen zand in dagbouw ontgonnen dat diende om de woongebieden in de Langstraat te voorzien van dijken, wegen, eikenwallen en bouwgrond. Op die plaatsen waar de heide te vaak en te veel werd weggehaald, kon de vegetatie zich niet handhaven en ontstond erosie. De wind kreeg vat op de bodem en zo ontstonden er stuifzanden. Soms leidde dit ertoe dat een gebied onbewoonbaar werd. Om dit te voorkomen werden in de Middeleeuwen regels opgesteld en aan dorpen en gehuchten heidegronden toegewezen en onder toezicht van een heidemeester geplaatst. Dit voorkwam een te intensief gebruik. Ook werden houtwallen aangelegd.

De kracht van de wind werd pas echt beteugeld toen rond de eeuwwisseling massaal dennenbossen werden aangelegd en de bodembindende planten als korstmossen, zandzegge en buntgras weer kansen kregen. Tegenwoordig is het beheer er op gericht de overgebleven stuifzanden open te houden. Op de top van een zandheuvel zijn soms struikachtige berken ie zien. Dit zijn de toppen van ondergestoven bomen. Insekten als de krekel, graafwespen en aardhommels voelen zich prima thuis in het zanderige gebied, evenals hun belagers: de levendbarende hagedis en de boomleeuwerik. Van dit alles liet zich niets zien. Alleen de sporen van enkele reeën kruisten ons pad.

Het had intussen opgehouden met regenen en met de wind in de rug staken we het stuifzandgebied over. Hier in de open vlakte kun je goed zien welke planten de barre omstandigheden van het stuifzand trotseren. Vooral buntgras, te herkennen aan de blauwe glans, en zandzegge met zijn ondergrondse wortelstokken, proberen steeds weer de kop op te steken in het moordende zand. In de lagere delen, die zelfs nu in de winter en met de natte periode van de laatste weken onder water staan, gedijt het pijpestrootje. Hele stukken van het stuifzandgebied stonden onder water. Het zand was hard en stevig en maakte het wandelen heel wat aangenamer dan het mulle en rulle zand op een warme zomerdag.

De geel-witte markering nalopend kwamen we even voor café-restaurant ‘Bos en Duin’ op de verharde fietspad. Het was nog te vroeg om koffie te drinken en de bedrijvigheid van bouwvakkers deden ons vermoeden dat de uitspanning gesloten was. Zo liepen we er met een grote boog omheen en over een houtwal klimmend zaten we opnieuw op de fietspad naast de landbouwweg van ‘Bos en Duin’ naar ‘De Rustende Jager’. Het ging hier over de Oude Bosschebaan met aan de zuidzijde het natuurreservaat De Brand, dat beheerd wordt door het Noord-Brabants Landschap.

De Brand is een bijna 400 ha groot moeras- en bosgebied met verspreid liggende natte graslanden. Het is één van de laatste gave broeklandschappen van Noord-Brabant en is gelegen in een oud stroomdal van de Zandkantsche Leij. Het gebied bestaat uit bossen en moerassen, afgewisseld met vochtige graslanden. Vooral het oostelijke deel is zeer vochtig met overgangen van open water tot moerasbos. Met name in dit deel, waar veel riet groeit, komen bijzondere vogels voor zoals waterral en blauwborstje. In het uiterste oosten liggen oude eikenbossen met broedvogels als zwarte specht, bosuil en wielewaal.

Voor Peter was dit geen onbekend gebied, want tijdens zijn studie Biologie was hij hier voor een excursie. Gelukkig hadden we vandaag in ons wandelgezelschap ook een tweetal gediplomeerde IVN-gidsen. Maar de stelligheid waarmee er één uitspraken deed, werd al op voorhand door de rest in twijfel getrokken! Een plagerijtje op zijn tijd moet kunnen.

Om 10.00 uur kwamen we bij café ‘De Rustende Jager’ aan. Het was een goed tijdstip om een eerste pauze te houden. Charles was in de veronderstelling dat we op deze aswoensdag, zo meteen na de dolle dagen van Carnaval, voor een gesloten deur zouden komen te staan. Gelukkig niet en we waren op deze druilerige morgen zelfs niet eens de enige gasten. Besteld werd er koffie met Udenhoutse Broeder, een overheerlijk streekgebak met rozijnen en honing. Voor Jan-Willem was er een kopje thee. Verschil moet er wezen! We namen zelfs nog een tweede kopje koffie of thee. Maar na goed drie kwartier, toen we weer gepakt en gezakt klaar stonden om de volgende etappe af te leggen, barstte er een geweldige hoosbui los. We moesten binnen blijven en overlegden wat te doen. Het advies was: even afwachten en hopen dat de bui spoedig over zou zijn. Dit gebeurde ook. En na een kwartiertje wachten verlieten we ‘De Rustende Jager’.

© L.A.W.V.VIA-VIA

We namen de fietspad in de richting van Giersbergen om na goed 20 meter linksaf de paaltjes met markering het bos in te volgen. De paaltjes hadden hier 3 markeringen: geel-wit van de Drunense Duinenroute, blauw-geel van de wandelroute van De Vereniging Natuurmonumenten en rood-wit van een GR-wandelroute. Door al deze markeringen zou je mogen veronderstellen in een interessant gebied terecht gekomen te zijn. Maar opvallend in dit eerste gedeelte zijn alleen de grove dennen. Deze zijn er omstreeks 1900 op grote schaal aangeplant op het stuivende zand in oostelijke richting tegen te houden. In die tijd hadden de woeste gronden hun waarde voor de landbouw verloren en was er veel vraag naar dennenhout voor de mijnbouw. Bovendien zorgden de bossen ervoor dat het stuivende zand geen overlast meer kon bezorgen aan de omliggende landbouw-enclaves.

Even verderop stuitten we op een dalletje: de Slenk. Op een zomerse dag is hier goed te voelen dat de temperatuur boven het open zand veel hoger is dan het beschutte bos. Het extreme klimaat van het kale zand - vaak kurkdroog en een temperatuursverschil tussen dag en nacht van soms wel 40 graden - zorgt er dan voor dat planten er maar moeilijk kunnen groeien. Bovendien worden de jonge plantjes overstoven door het losse zand dat voortdurend in beweging is door de wind en het zand bevat nauwelijks voedingsstoffen.

We naderen nu het oostelijk deel van het uitgestrekte stuifzandgebied en zien voor ons op de Koperen Del enkele zomereiken. Ook hier hebben de boeren uit de omgeving in het verleden veel eiken aangeplant om te zorgen dat het stuifzand niet verder in hun richting kon oprukken. De randwallen hielden het opwaaiende zand vast en kwamen daardoor steeds hoger te liggen. De eikenbosjes werden vaak gebruikt om takken uit te hakken. De eikenschors leverde een belangrijke stof voor het looien van leer, de ‘run’. Over bleven de oude, grillig uitgegroeide eikenstoven. Het zijn de kronen van bomen door de opstuiving ontstaan. De stammen, die misschien wel 10 meter naar beneden lopen, zijn helemaal ondergestoven. Als je deze zandbergen voorzichtig zou afgraven, zou blijken dat deze eiken in werkelijkheid de takken van de kruin zijn.

De gemarkeerde route brengt ons bij de open vlakte aan de voet van de Capucijnenberg. Deze berg is één van de hoogste stuifheuvels in dit gebied. Paters en novicen die vroeger in het Capucijnenklooster in Biezenmortel werden opgeleid kwamen hier regelmatig tijdens hun geregelde wandelingen. Dit verklaart de naam van de berg. We lopen er langs de zuidoostzijde omheen. Een korte klim voert ons door het zogenaamde Varkensbos. We lopen over een met eiken begroeide wal, een natuurlijke bescherming van het gehucht Giersbergen, dat we verderop de wandeling nog zouden passeren. Dit Varkensbos is genoemd naar de wilde zwijnen die hier tijdens en na de Tweede Wereldoorlog leefden. Vanwege het oorlogsgeweld waren zij vanuit Duitsland naar hier gevlucht. Ze zijn later allemaal afgeschoten omdat ze veel schade aanrichtten op de omliggende landbouwgronden.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Op deze helling werden we ingehaald door een vrouw met een hond, die ons snel passeerde en als een hinde in het bos verdween. Wij vervolgden de wandeling, het fietspad overstekend en oostelijke richting, alleen nu de geel-witte markering volgend. Hier lagen nog slechts enkele kleine stuifzandgebiedjes. Op de kaart heet dit gebied de Hooge Heide. Het open stuifzand is hier langzaam maar zeker dichtgegroeid met heidestruiken en jonge boompjes. Maar de heide is ook verdwenen en nu is het bos.

De route loopt naar het gehucht Giersbergen. Giersbergen was een uithof van de abdij Ter Kameren in België, een abdij van de Cisterciënserinnen. Giersbergen ontstond in de eerste helft van de dertiende eeuw. De verste bronnen gaan terug tot 1244. Dergelijke uithoven waren afzonderlijke bedrijfseenheden op enige afstand van de abdij. Op deze grote boerderijen verbleven de lekebroeders om de uitgestrekte landerijen te kunnen beheren. In 1614 werd overgegaan tot verkoop van de uithof. De uithof was toen met een gracht omgeven en door een poort toegankelijk. De twee pachthoeven, de Poorthoeve en de Maaihoeve, werden verkocht aan twee rentmeesters. Op de fundamenten daarvan zijn de thans bestaande boerderijen en de met riet bedekte boerenschuren opgetrokken. Het dorpje Giersbergen kwam in de zeventiende eeuw in moeilijkheden door het oprukkende zand. Al lang is hier intensief getracht het stuivende zand vast te leggen door middel van beplantingen. Het is overigens nog niet zo lang geleden dat Giersbergen alleen bereikbaar was over duinpaden. Geleidelijk deed ook de moderne twintigste eeuw hier haar intrede. In 1951 kreeg Giersbergen pas een algemene waterpomp ten behoeve van de bevolking en in 1956 en 1965 volgde aansluiting respectievelijk op het electriciteits- en waterleidingnet.

Bij café-restaurant ‘De Drie Linden’ aangekomen, werd het tijd voor de middagpauze. Maar de uitspanning was dicht. Gelukkig stond er een goede overkapping met banken, zodat we droog en redelijk comfortabel ons lunchpakket voor de dag konden halen. Brood en thermosfles waren snel uit de rugzak gepakt. Hadden we in het laatste uur geen regen meer gehad, nu - goed beschut - zetten de weergoden de hemelsluizen weer even wijd open. Ons deerde dit niet, we zaten immers droog!! We lieten ons de broodjes en versnaperingen goed smaken. Een kopje koffie uit de thermosfles zorgde voor een warme slok.

Tegen 13.15 uur klaarde het een beetje op en deden we de rugzakken weer op. De paraplu bleef dicht. Toch vond Jan-Willem het raadzaam om een regenbroek aan te trekken. Naar later zou blijken was het onder deze broek natter dan erbuiten. We passeerden het beeldje dat geplaatst was ter gelegenheid van het 750-jarig bestaat van Giersbergen. Op de plaquette natuurlijk de meeste plaats voor personen, die graag hun naam zagen vereeuwigd. Even verderop vlak bij de poorthoeve hielden we halt bij een ander kunstobject. Het leek op een grote wereldbal met spenen en er bovenop een soort topografische kaart. Het prikkelde in elk geval onze fantasie. Achter de Poorthoeve om en tussen de staanplaatsen door van zomerse kampeerders, voerde een modderig zandpad ons langs de bosrand eerst westwaarts en vervolgens noordwaarts. Een haas stak plotseling voor ons over en zijn witte staartje zagen we als laatste in het bos verdwijnen.

© L.A.W.V.VIA-VIA

Langs het rustiek gelegen buitenhuis ‘Witmeer’ voerde ons een modderig pad. Het leek er eerder op dat we langs de oever van de Ourthe liepen met steile, gladde kanten. Lorenz en Kees moesten zelfs opkrabbelen. Aangekomen bij Manege ‘De Klinkert’ was alles stil en verlaten. De baas was met vakantie. We staken het verharde fietspad over en liepen in noordoostelijke richting door de bossen naar het Afwateringskanaal ‘s Hertogenbosch-Drongelen op de grens van Drunen.

Drunen wordt omgeven door een waterkering die aan de zuidzijde van Drunen de naam Heidijk draagt. Het gebied tussen de duinen en de Heidijk fungeerde vroeger als overlaat ter opvang van te hoog Maaswater. Aanleg van het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen (1907-1911) en diverse gemalen brachten een aanzienlijke verbetering van de waterstaatkundige toestand. Na de watersnood van 1953 verdween ook hier, door de aanleg van de Deltawerken, de getijdewerking in dit gebied. Maar nog steeds heeft het afwateringskanaal een functie bij wateroverlast in het Bossche Broek.

Bij de brug over het kanaal en pal achter de tennisbanen van ‘Duinrand’ leidde ons weer zo’n modderpad in de richting zuidwest, dwars oor de bossen naar Fellenoord. Reeds lang geleden stonden op Fellenoord enkele boerderijen waar kudden schapen werden gehouden in de zogenaamde potstallen. In vroeger tijden had elk dorp en gehucht ook wel zijn eigen heidegebied voor de schaapskudden. Met de komst van de kunstmest bestond er steeds minder behoefte aan schapemest. De schapenhouderij nam af en daarmede eveneens de behoefte aan heidegebied. Een goed gerestaureerde boerderij met stal in bezit van de Heemkundekring getuigt nog van die periode.

We zitten hier ook midden in het gebied dat op de kaart vermeld staat als Drunense Heide. Maar van heide is er geen enkel spoor meer. Zo was vroeger dit gehele gebied eens een onafzienbaar heideveld. Boeren uit de omgeving lieten hier overdag hun schapen grazen. 's Avonds gingen deze dieren op stal in potstallen en deponeerden daar hun mest op de geplagde heide, die vervolgens weer gebruikt werd voor de bemesting van de akkers. De heide was dus zowel voedsel als strooisel voor schapen en rundvee. De schapen en de heide zijn verdwenen en daarvoor in de plaats werden grove dennen geplant door de toenemende behoefte aan mijnhout. Het bos met de rechte paden zijn de laatste overblijfselen hiervan.

Bij Fellenoord moesten we over de verharde fietspad naar het westen. Van stuifzand hier geen enkel spoor. We hadden hier meer het idee: De lanen in, de paden op. Rechtsaf en links af ging het tot aan het open landschap van Plantloon. Gezeten op een bankje hadden we een prachtig uitzicht op dit gebied.

Plantloon heeft een heel ander karakter dan het ten zuiden gelegen grote bos- en stuifzandgebied de Loonse en Drunense Duinen. Het circa 280 ha grote gebied bestaat uit een afwisseling van bossen, lanen, weilanden en enkele pittoreske boerderijen. Een restant van de oude Maasarm, het Galgenwiel, omvat met zijn ondiepe water bijzondere vegetatiesoorten, waaronder moerashertstooi. Er broeden hier ook veel soorten bos- en weidevogels. In verband met de kwetsbare plantengroei en de gemakkelijk te verstoren vogelwereld is een gedeelte van Plantloon niet toegankelijk gesteld door eigenaar Natuurmonumenten. Op Plantloon leven zoogdieren als ree en eekhoorn en vogels zoals de goudvink, wielewaal en boomklever.

Vanhier waren we nog slechts iets meer dan een kilometer verwijderd van ons vertrekpunt van deze morgen. Charles nam contact op met het thuisfront om te zeggen dat we in aantocht waren. Zo konden ook Marion en Bert gebeld worden voor het gezellig samenzijn in Loon op Zand. Na goed een kwartier waren we terug bij de auto’s op de parkeerplaats bij ‘De Roestelberg’. De wandelschoenen werden ontdaan van de modder en verdwenen in de bagageruimte. De kapotte paraplu van Charles verdween in de vuilnisbak. De hond werd afgedroogd. Lorenz voelde zich te besmeurd en gaf er de voorkeur aan meteen terug naar Hank te rijden. Zelfs Kitty kon hem via de telefoon niet overtuigen en hem op andere gedachten brengen.

Op naar Loon op Zand. Eerst even een pilsje drinken en bijpraten. We waren het er allemaal over eens dat het weer ons vandaag in de steek had gelaten. Maar gelukkig op die momenten dat het hemelwater echt met bakken naar beneden viel, zaten we beschut: of bij ‘De Rustende Jager’ of onder de overkapping bij ‘De Drie Linden’. Tegen het druilerige weer waren we redelijk bestand. Op het moment dat we aan tafel wilden gaan, kwamen ook Bert en Marion binnen. Met dit hele gezelschap lieten we ons de soep en de broodjes goed smaken. De wandeling had ons in elk geval een goede eetlust verschaft. Koffie en ijs na en de dag zat er weer op. Tevreden ging iedereen huiswaarts in de hoop bij een volgende wandeling weer onder betere omstandigheden op pad te kunnen gaan.

Charles Aerssens
12 maart 2000

Deze wandeling is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Maar ten aanzien van wijzigingen of onvolledigheden in de tekst kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard.

KAARTEN:

- TopoKaart 1:25 000, 44H Waalwijk
- Wandelroute Hart van Brabant 10, routekaart 1:25 000





Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 31-05-2000 door C.P.J. Aerssens